De realiteit van virtuele beleidsvorming in Duursaamdam

Jeroen van Urk en Nettie Engels (Redactie Jaarboek)

Chief Editor

Van de hoofdredacteur

Middenin dit jaarboek vindt u een verrassende en bijzonder inspirerende bijdrage van jaarboekredacteuren Nettie Engels en Jeroen van Urk. Zij bezochten samen met een aantal provinciale en gemeentelijke volksvertegenwoordigers het Reality Center van het Centrum voor Informatie Technologie en de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen. Dat levert fascinerende ervaringen én plaatjes op van hoe 3D-virtual reality politici en beleidsmakers kan helpen bij het nemen van beslissingen, door de gevolgen van de besluitvormingsopties levensecht voor ogen te toveren.

Reportage van een sessie met politici en professionals in het Reality Center van het Centrum voor Informatie Technologie en de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen: (hoe) kan 3D-virtual reality bijdragen aan de beleidspraktijk en gesprek tussen politiek en publiek?

Wietske Degen van het Reality Center vertelt in de webversie van dit jaarboek meer over het Reality Center. 

Virtual reality objectiveert de afwegingen. Je ziet de werkelijkheid één-op-één, in plaats van de verbeelding die in ieders brein altijd verschillend is. En zonder dat een artist impression het mooier maakt dan het is.

Beeld je in: een mini-Omniversum, met op een halfrond filmdoek een landschap waarin je via een 3D-bril zelf rondreist. In het Reality Center van de Rijksuniversiteit Groningen is voor het griffiersjaarboek een elftal politici en professionals bijeen voor zo’n sessie met virtual-reality-planning. Dankzij de driedimensionale projectie heb je vanuit alle hoeken en gaten uitzicht op de werkelijke bestaande omgeving - zodat je ziet hoe die verandert als je er windmolens of zonneparken zou plaatsen. En via een energierekenmeter zie je direct of daardoor opgeteld het elektriciteitsvermogen bereikt wordt voor de transitie naar een CO2-neutrale gemeente. Dat is namelijk de opdracht die de gemeenteraad van de gemeente Duursaamdam zich stelt. Kan zulke aanschouwelijke planning bijdragen aan verbeteren en versnellen van zo’n doel? Met mogelijk minder polemiek en polarisatie - omdat je niet op basis van persoonlijke beelden, maar op basis van een realistische visualisatie met elkaar spreekt? 

De Voorstelling

De 3D-brillen gaan op. Eerste bemerking: die bril focust je wel op het scherm en houdt de andere deelnemers uit je ooghoeken. Het is ook even wennen aan het beeld, hoor je. De operator doet zijn best om beheerst door het landschap en de bebouwing te navigeren – doe je dat te snel, heb je kans op duizeligheid. Dat gezegd komt er snel een informeel soort van interactie op gang. We bewegen door twee kant en klare scenario’s van het Groningse Reality Center. Het eerste: een zomerscenario met een combinatie van zon- en windenergie, met merendeels kleine windmolens en enkele grotere. Het tweede, waarmee meer windenergie is op te wekken: meerdere grotere windmolens naast het Van Starkenborghkanaal. Zo ervaar je wel heel praktisch wat het gevolg van beleid kan zijn, wordt gezegd. Moeten die windmolens wel op land, of kunnen ze ook in zee? Is er niet wat meer variatie in masthoogte te tonen? Hoe ziet het eruit als we windmolens en zonnepanelen clusteren langs de snelweg, het kanaal of een fietspad, of in combinatie met een groenvoorziening? Kunnen we zien hoe het er dan vanaf de weg uitziet? Ja hoor, nu!, showt de operator. En als u wilt ook vanuit het keukenraam! En dus navigeren we van bovenaf waar we een "overall-view" hebben voorzichtig naar beneden op ooghoogte.

 

Passen en meten

Zo zitten we voor het scherm, ondergedompeld in de gedachte gemeente Duursaamdam. Een kustgemeente, 11.000 inwoners, 5.000 huishoudens, landschappelijk buitengebied en volledig beschermd dorpsgezicht – geen dak waar een zonnepaneel op mag. Een dorp om samen de schouders te zetten onder het volledig CO2-neutraal maken van de energievoorziening. Want dat is de casus: in het nieuwe raadsprogramma heeft de gemeenteraad onder meer als doel dat de elektriciteitsopwekking (inclusief de vervanging van de aardgasvraag) binnen tien jaar volledig zelfvoorzienend is door wind- en/of zonne-energie. De professor maakt duidelijk dat je daarvoor 200 kleine windmolens, of 13 grote nodig hebt. Laten we eens kijken waar die in het landschap zouden zijn in te passen.

 

HIeronder ziet u twee beelden uit het virtuele rapport dat de Rijksuniversiteit Groningen samenstelde na de sessie over Duursaamdam. Te zien zijn het landschap van die gedachte gemeente en vanaf hoeveel afstand je windmolens van 15 resp. 40 meter hoogte nog zou zien.

En of we daar ook een veld met zonnepanelen kwijt zouden kunnen. Je ziet dat dit direct effect heeft op het landschap. De energierekenmeter brengt in beeld hoe de score aan duurzame energie oploopt bij elke molen en elk zonneveld extra. Eeuuhhmm, klinkt het uit de zaal: waarom geen biomassa? Waarom geen kerncentrale? Tja, dat heeft de nieuwe gemeenteraad niet bedacht en je mag toch aannemen dat haar kiezers het daar mee eens zijn... Toch, waarom hebben we het niet direct ook over de bestaande elektriciteitsmasten en hoogspanningsleidingen die we daar zien, kunnen die niet anders? Lastig hoor: we zijn dun bevolkt en hebben zelf weinig energie nodig. Dan zou je toch liever willen dat elektriciteitstransport in ons landschap ondergronds kan, zegt een politicus. Wat niet kan, legt een professional uit. En wat ook duidelijk wordt: de energiemeter telt nog niet op tot het benodigde totaal…

 

Voorbij de horizon

Bij de voorstelling zitten overigens geen inwoners in de zaal: het uitbeelden van het beleid gebeurt met politici en professionals van de overheid en de energie- en milieuwereld. Ah! Waarom eigenlijk?? Je zou inwoners op deze inzichtelijke manier van meet af aan goed kunnen betrekken bij de dilemma’s en de oplossingen zegt de één. Nou, is een reactie: de politiek moet de dilemma’s schetsen, maar dan wel ten overstaan van alle betrokkenen, die moet je inderdaad niet pas achteraf erbij halen. Samen reëel een doel bepalen. Je kunt er niet van uitgaan dat een bestuursprogramma zomaar wordt omarmd. Een programma dat door de horizon van vier jaar altijd wat onder de druk van stoom en kokend water staat. Voor meer draagvlak moet je meer tijd nemen voor bewustwording en meedenken over de energie voor straks. Als het even kan, zou de provincie dan op die manier ook van onderop met gemeentebesturen willen gaan werken?!?  Want windmolens worden anders al snel als een bestuurlijk speeltje gezien. En dan die zonnepanelen. Laat tóch eens zien of die echt niet stedenbouwkundig verantwoord op de daken kunnen, dan heb je er als bewoner direct profijt van. Prima te organiseren door een dorpscollectief.

 

Confronterend en indringend

Een ander denkt om: zou je het model ook zo kunnen programmeren dat het zelf de optimale plaatsen voor windmolens en zonnevelden berekent? Voor nuchtere Groningers misschien wel dé oplossing: ach, zet daar ook maar neer zo’n ding… Zo brengt de realiteit van het filmdoek evenzeer als de gedachten de ogenschijnlijk vaststaande beleidsaannames in beweging. Het beeld – je zou er immers ook zelf kunnen wonen – confronteert beleidsmakers en beslissers kennelijk dat je het niet zomaar even zelf kunt bepalen. Virtual reality, met reële beelden op basis van feitelijke data, aanschouwelijk vanuit alle gezichtspunten en zichtlijnen: het blijkt veel indringender dan wat stippen op een plattegrond of zelfs een maquette. Wel blijft het betekenisvol ook in het echt het effect op het landschap te beoordelen, bijvoorbeeld met een excursie, zoals in Zuidhorn (zie het kader over de casus daar).

De filmzaal van het Reality Center op de Zernike Campus in stad Groningen. Op de foto het elftal  raads- en Statenleden en professionals dat via een 3D-bril een realistisch beeld van de omgeving ervaart en zo de mogelijkheden beziet om de ‘gemeente Duursaamdam’ met windmolens en zonnepanelen zelfvoorzienend te maken voor elektriciteit.

Deelnemers waren: Emiel Adema (beleidsmedewerker ruimte en energie provincie Groningen), Eltjo Dijkhuis (raadslid Gemeentebelangen Eemsmond en medewerker Statenfractie Groninger Belang), Laura Dijkstra (Statenlid VVD Groningen), Jetze Luhoff (D66-fractievoorzitter stad Groningen), Ferry van Kann (assistant professor environmental planning faculteit Ruimtelijke Wetenschappen Rijkuniversiteit Groningen), Henk Lameijer (oud-raadslid Fractie 2014 Delfzijl),  Helga Mast (energiecoöperatie Zonnewal Oostwold), Petra Matthijssen-Tingen (omgevingsmanager netbeheerder Enexis), Koos Siegers (raadslid ChristenUnie Leek), Marjolein Tijdens (beleidsmedewerker groene ruimte Natuur- en Milieufederatie Groningen) en Peter Verschuren (in gemeente Midden-Groningen wethouder vanwege de SP voor onder meer duurzaamheid en energietransitie).

De sessie werd geleid door Henk Lameijer vanuit zijn achtergrond als docent organisatie/communicatie aan de Hanze Hogeschool en werd mogelijk gemaakt door het Reality Center en de Geodienst van het Centrum voor Informatie Technologie en de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen, met medewerking van Wietske Degen (liaison officer), Frans van Hoesel (illusion manager), Gert-Jan Verheij (consultant/onderwijstechnoloog), Govert Schoof (senior projectmanager Geografische Informatie Systemen) en Laurens Voerman (operator Reality Center).

De Groepsrecensie

Zie ons zitten: aangemoedigd door de redactie van het jaarboek bespreken we als deelnemers of virtual reality een bruikbare technologie is voor de beleidspraktijk - of dat het zou leiden tot technocratie, de macht der techniek. Algemeen oordeel: het objectiveert beslist de afwegingen. Je ziet de werkelijkheid één-op-één, in plaats van de verbeelding die in ieders brein altijd verschillend is. En zonder dat een artist impression het mooier maakt dan het is. Het wordt je dan al snel duidelijk wat 200 kleine windmolens of een park met zonnepanelen met de onmiddellijke omgeving doen. Kun je ze daar wel kwijt? En waar is dan het meest voor de hand liggend? Het is meer praktisch voordoen dan theoretisch uitdenken. Je krijgt snel het gesprek op gang tussen wat-moet qua energievermogen en wat-kan qua landschap, met alle afwegingen die daarbij komen kijken. Of heroverweging… saillante constatering: aardgas was wel een superieure warmtebron, je had wat ja-knikkers en verder alles ondergronds. Je huis warm houden met groene energie is minder onzichtbaar. Anders gedacht: als je zichtbaar op ziet tegen landschapsvervuiling, krijg je allicht een indringender gesprek over energiebesparing of lastenverhoging op gang.

 

Werkbaar en aanvaardbaar

Aldus, voor de energietransitie zouden beleidsambtenaren en gebiedscoördinatoren met virtual reality een opbouwend debat kunnen voeden. Ook voor grotere projecten. De volgorde zou moeten zijn: eerst een professionele, technische voorbereiding van een virtual reality model, met een aantal scenario’s voor de beleidsopgave. Betrek daarbij experts en lobbyisten voor in beginsel werkbare en  aanvaardbare uitkomsten. Doe dat regionaal, met meer gemeenten in je voorzieningengebied. Faciliteer dat als provincie. Je hebt daartoe al snel meerdere bijeenkomsten nodig. Dan de kaderstellende fase door de politiek met betrokkenheid van maatschappelijke organisaties, voor een reëel beleidskader – niet onwaarschijnlijk dat het zien van de werkelijkheid leidt tot een beleidskader dat een aanpassing of bundeling van scenario’s is. Voor het fine-tunen van het vastgestelde beleidskader kun je in de uitvoeringsfase vervolgens opnieuw virtual reality inzetten. Juist ook in die fase kun je daardoor inwoners eenduidig betrekken bij het beleid – mits het beleidskader zo ruim is dat er variatie mogelijk is en niet als een voldongen feit wordt beleefd. Neem er de tijd voor maar plan die wel goed in: een honderd jaar bestaand energiesysteem bouw je niet zomaar om.

 

Technologie en regie

Voor de kwaliteit van de besluitvorming kan virtual reality zo veel toegevoegde waarde hebben. Te weinig wordt daarbij gebruik gemaakt van technologie – de politiek loopt vaak hopeloos achter bij de mogelijkheden van informatietechnologie. Maar die technologie houd je niet tegen, en het werken met data ook niet. Als je die combinatie actief inzet in de politieke arena, wordt scherp duidelijk waar de uiteindelijke politieke afwegingen over gaan. Geo-informatie (zie kader) scherpt dilemma’s aan en door die te tonen voorkom je juist dat virtual reality verwordt tot technocratie. Immers, perfecte oplossingen bestaan zelden, maar inzichtelijke informatie focust de discussie. Met virtual reality neem je als kijker de regie in handen: je navigeert naar een bepaalde positie en geeft ‘opdracht’ een molen erbij te plaatsen, of op een andere plek. Dat geeft je ‘macht’.

 

Beleving en behartiging

Alles goed en wel: besef wel dat virtual reality alleen het gevolg van beleid laat zien. Terwijl je beleving als mens ook afhangt van wat je hoort en voelt. Visualisaties moeten aansluiten bij de belevingswereld van de kijker en idealiter zou je in de filmzaal ook de ruis van draaiende wieken bij verschillende windsnelheden moeten kunnen ervaren. Of hoe weidevogels erop aanvliegen… Technisch zou het wel kunnen, financieel is de vraag of het loont: gehoor- en gevoelsbeleving verschillen van persoon tot persoon nogal. In het open veld al gebouwde windmolens ervaren blijft daarom verkieslijk naast een virtual reality sessie.

Verwacht ook niet dat virtual reality aperte criticasters overtuigt. Maar wel leeft bij de deelnemers het idee dat de doorgaans grotere groep aarzelaars makkelijker zijn mening weet te bepalen. In die zin kan virtual reality bij procesbestuur goed van dienst zijn: met elkaar realistisch oplossingen bezien en bespreken overbrugt ogenschijnlijke tegenstellingen, voorkomt onnodige politieke uitvergroting daarvan. De volksvertegenwoordiging zou bestuurders daarom primair ruimte moeten geven voor zulk procesbestuur. Voor tegenstellingen die daarmee niet zijn op te lossen blijft politieke behartiging dan ééns te meer van betekenis.

 

 


 

Het scenario in Zuidhorn

Middag-Humsterland is een Nationaal Landschap, door de tijd heen redelijk gaaf gebleven, zonder ruilverkaveling en met een sloten- en wegenpatroon, wierden en dijken waaraan je de historie herkent. Zouden windmolens daar niet misstaan? Het gebied ligt vanaf 2019 helemaal in het dan heringedeelde Westerkwartier, en tot dat moment deels in Winsum en deels in Zuidhorn. Bij de laatste gemeente is Bouber Schuil coördinerend medewerker ruimtelijke ordening. Hij verhaalt over het gebruik van virtual reality bij de beleidsontwikkeling voor duurzame energie. Geen betoog behoeft dat juist in Groningen het besef bestaat dat je die nodig hebt als alternatief voor fossiele energie, maar evenzeer wat de impact van fysieke ingrepen is. Sinds 2010 bestond al de mogelijkheid om kleine windmolens met een beperkte ashoogte van 15 meter te plaatsen op agrarische bouwblokken. Dat past binnen het provinciaal beleid. De eerste aanvraag kwam pas in 2016: om zo’n windmolen te plaatsen op maar 250 meter van het beschermd dorpsgezicht Niehove. Discussie! Volgens het bestemmingsplan zou het mogen, maar onder de enige honderden inwoners van het dorpje rees bezwaar: kun je niet beter één grote windmolen plaatsen in plaats van vele kleine, zoals te voorzien zou zijn.

Natuurgetrouw

Aldus wilde de gemeenteraad van Zuidhorn onderzoek naar de landschappelijke impact van windmolens. Welstandsorganisatie Libau werd ingeschakeld en Zuidhorns wethouder Fred Stol was op de hoogte van de mogelijkheden van virtual reality bij de Groningse universiteit. De gemeente gaf het Reality Center opdracht (een bedrag in de orde van 13.000 euro) het landschap en de dorpen natuurgetrouw in beeld te brengen en zo het plaatsen van windmolens - en als mogelijk alternatief óók velden met zonnepanelen - te kunnen zien, bespreken en variëren. Let wel, zien langs alle mogelijke gezichtslijnen: op straatniveau, vanuit de lucht, uit de huiskamer, verdekt achter gevels, van veraf of dichtbij, waar je ook staat. Voor een zo realistisch mogelijk model stelde de noordelijke windmolenleverancier E.A.Z. Wind bouwtekeningen beschikbaar. Libau dacht scenario’s uit, virtuele routes in het gebied werden uitgelijnd door het Reality Center. Zo konden daar dankzij dit staaltje publiek-privaat voorbereidingswerk een aantal beleidssessies gehouden worden om letterlijk met visie de scenario’s te aanschouwen en beschouwen, aan te scherpen of te verwerpen. Ook een klankbordgroep uit het gebied zat aan en voor zowel klankbordgroep als gemeenteraad werd er een excursie naar een boerderij (voor beleving in het ‘echie’) en een presentatie in het Reality Center georganiseerd en op papier gebundeld.

 

Impact

Het resultaat? Het bouwrecht voor agrarische bedrijven blijft, maar is wel beperkt tot twee kleine windmolens per bouwblok, en door de gemeenteraad voorzien van criteria voor de situering ervan. Het plaatsen van zonnepanelen in open veld is door de gemeenteraad afgehouden totdat de daken maximaal benut zijn voor zonne-energie. Voor de plaatsing van grote windmolens bij dorpen en los in het gebied bestaat bij de raad geen draagvlak. De raad ziet misschien mogelijkheden voor plaatsing van grote windmolens langs het Van Starkenborghkanaal. De landschappelijke invloed daarvan zou dan verder onderwerp van onderzoek moeten zijn. Er zal dan ook buiten de gemeentegrens naar het kanaal gekeken moeten worden voor plaatsingsmogelijkheden.

Dit hele beleidsproces (van politieke opdracht tot beslissing) duurde een half jaar. In Zuidhorn werd zonneklaar: met virtual reality maak je de maatschappelijke impact van ingrepen in het landschap zodanig zichtbaar dat je op een redelijke termijn tot realistische beslissingen komt. Je overtuigt er niet iedereen mee, zegt Bouber Schuil, maar het gesprek wordt er constructiever van. En heeft hij nog een suggestie? Ja: dat je niet alleen in een filmzaal, met het voordeel van verdieping, maar ook online in virtuele beleidsontwikkeling kunt participeren, voor de verbreding. Wat dan wel de politieke arena in een ander perspectief zou zetten


 

Het script schrijft zich met geo-informatie

De visualisaties van het Reality Center zijn zo denkbeeldig niet, dat ze niet op verfieerbare geo-informatie gebaseerd zijn. Niet voor niets is het onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), met zijn wetenschappelijke mores. Onderzoek en onderwijstechnologie raken zo verknoopt met mogelijke maatschappelijke maatregelen. Het script daarvoor is gebaseerd op grote (ook te koppelen) datasets, honderden WiFi access points en active-learning methoden. Zo wordt niet alleen kennis aan de samenleving getoond, maar ook kennis teruggehaald uit de samenleving, wat dan weer meer zicht geeft op beleidseffecten.
Geïnspireerd zijn ze in Groningen al door de ‘Broad Street Well’ casus. In London brak in 1854 cholera uit en doctor John Snow bedacht om alle besmettingen in te tekenen op de stadsplattegrond. De besmettingsbron was zo te lokaliseren. Ook nu gaat het altijd om combinatie van visualisatie en analyse.

Oogopslag

Zo maken ze in Groningen bijvoorbeeld in één oogopslag duidelijk waar hevige regenval tot overloop van het riool leidt. De bestuurder die dat met raadsleden op het scherm ziet zal zich direct tot gerichte actie aangemoedigd voelen. Dat in Amsterdam zichtbaar wordt dat en waar het parkeren maar liefst 13% van de publieke ruimte in beslag neemt (dus nog zonder particuliere P-garages) zal het nieuwe college daar allicht willen bijsturen. Maar ook bij bedrijven: in een ontwerp voor een productielijn in een suikerfabriek konden na twee-en-een-half uur programmeren en een snelle virtual reality-sessie zeven fouten vermeden worden. Ook de nieuwe dierentuin Wildlands in Emmen onderging een virtuele ontwerpgang. Daarmee worden volgens het Reality Center grote bouwprojecten in negen van de tien gevallen anders gerealiseerd dan op de tekentafel uitgedacht. Andere voorbeelden: het voorzieningengebied van ‘Groningen Airport Eelde’, de aanrijdtijd vanuit ambulanceposten, de punctualiteit van busvervoer, hitte zones in de bebouwde kom of het geringe aandeel vrouwen in straatnamen – ze worden door de blik op overzichtskaarten helder bespreekbaar.
Zelf een voorbeeld zien, dat de Geodienst van de RUG samen met maatschappelijke partners  ontwikkelde? Klik naar
www.energieopwek.nl en zie in real-time hoeveel duurzame energie wordt opgewekt. Nu nog een landelijk beeld, dat evengoed regionaal of lokaal zou kunnen zijn.

Voor meer informatie over vraagstukken als klimaatadaptie, energietransitie, bereikbaarheid of voorzieningen is contact mogelijk via e-mail Geodienst@rug.nl .
Voor vragen over 3D visualisaties en Virtual Reality is het e-mail adres
RealityCenter@rug.nl.

Op Twitter: @Reality_Center en @rug_geo .