Effecten van online stemhulpen

André Krouwel (VU Amsterdam), Bregje Holleman (UU),
Naomi Kamoen (TiU), Jasper van de Pol (UvA) en Claes de Vreese (UvA)

Chief Editor

Van de hoofdredacteur

Verkiezingen dwingen kiezers om een keus te maken, en in het digitale tijdperk zijn stemhulpen voor veel kiezers onmisbaar geworden. Wetenschappers André Krouwel, Bregje Holleman, Naomi Kamoen, Jasper van de Pol en Claes de Vreese (op de foto's van links naar rechts, eerst boven, dan beneden) beschrijven de invloed van stemhulpen op het gedrag van kiezers en zien veel positieve effecten. Na hun bijdrage laten we griffier Bob Roelofs aan het woord: hij wijst erop dat stemhulpen in principe alleen naar beloften en standpunten kijken, terwijl je als kiezer ook daadwerkelijk stemgedrag van partijen zou willen meewegen bij je oordeel. Hij heeft een oplossing…  En ook Bas en Olivier de Gaay Fortman reageren, met een meer principieel en rechtsstatelijk bezwaar tegen het gebruik van online stemhulpen.

Stemhulpen zijn de meest gebruikte politieke websites gedurende verkiezingstijd, zeker in democratieën met een meerpartijensysteem waarbij veel kiezers het gevoel hebben over te weinig informatie te beschikken om weloverwogen een stem uit te brengen. Zowel in de gevestigde democratieën als in landen met een zwakkere democratische structuur zien we een toename van het aantal stemhulpen en het gebruik door kiezers. Stemhulpen zijn digitale hulpmiddelen die een lijst met de posities van kandidaten en partijstandpunten bevatten over relevante thema’s voor een bepaalde verkiezing. Stemhulpen verstrekken informatie over de politiek op een toegankelijke, tijds-efficiënte en gebruiksvriendelijke manier, en helpen de kiezer met het vergaren van politieke kennis in het algemeen. Wanneer gebruikers een stemhulp bezoeken, beantwoorden ze vragen over verschillende issues. Gebaseerd op een vergelijking tussen de positie van kandidaten/partijen en de antwoorden van de gebruikers, produceren stemhulpen een (impliciet of expliciet) stemadvies. Het doel van stemhulpen gaat echter verder dan het louter geven van stemadvies. Stemhulpen zijn bedoeld om, in algemene zin, de kennis van en interesse in de politiek te vergroten en burgers een bewustere en beter geïnformeerde partijkeuze te laten maken. Onderzoek van onder andere Van de Pol en anderen (2014) en Kamoen en anderen (2015) laat zien dat door het gebruik van stemhulpen kiezers inderdaad meer kennis verkrijgen over welke partijen aan de verkiezing deelnemen (zeker op lokaal en regionaal niveau) en kennis over de standpunten van deze partijen. Daarnaast neemt ook het politieke zelfvertrouwen toe en zijn burgers inderdaad gemotiveerder om te gaan stemmen. Onderzoek laat verder zien dat stemhulpen niet zomaar een spelletje zijn (Ladner, Felder en Fivaz 2010), maar daadwerkelijk helpen de informatie-kloof te dichten (Mykkänen en Moring 2006). Stemhulpen voegen eveneens een interessante, interactieve en beraadslagende dimensie toe aan politieke participatie via het internet, omdat gebruikers meer achtergrondinformatie kunnen krijgen over partijprogramma’s, partijposities en kandidaten - zowel tijdens het beantwoorden van de stellingen als in het verder evalueren van het stemadvies bijvoorbeeld door de opties die de stemhulpen daarvoor bieden.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2017 kozen maar liefst 127 gemeenten ervoor een stemhulp te laten ontwikkelen door Kieskompas, Stemwijzer of MijnStem. Een ruime meerderheid van de Nederlandse kiezers woonde in een gemeente waar een stemhulp beschikbaar was. De vraag is groot, want het bereik van stemhulpen loopt in sommige gemeenten op tot boven de 50 procent. Nu steeds meer kiezers dergelijke hulpmiddelen gebruiken, rijst de vraag waarom de tools zo populair zijn, en welk effect deze stemhulpen hebben op het stemgedrag van burgers en op de politieke partijen tijdens de campagne.

Waarom zijn stemhulpen zo populair bij burgers?

Steeds minder burgers zijn gebonden aan één politieke partij en de traditionele achtergrondkarakteristieken zoals sociale klasse en religie doen er steeds minder toe bij de partijkeuze. Ook beslissen burgers steeds later in de verkiezingscampagne op welke partij ze gaan stemmen en neemt het aantal partijen dat kiezers overwegen toe, waardoor we flinke electorale verschuivingen zien in Nederland. Dat ligt niet alleen aan ‘grillige kiezers’. Onderzoek – zoals het laatste Nationale Kiezersonderzoek bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 – laat zien dat de opinies van burgers eigenlijk opmerkelijk stabiel zijn. Bij de parlementsverkiezingen, maar zeker bij lokale en regionale verkiezingen zien we steeds meer beweging aan de ‘aanbodkant’ van de politiek: een steeds groter aantal ‘politieke entrepreneurs’ richten een nieuwe partij op en nemen succesvol deel aan verkiezingen. Daarnaast zijn de traditionele partijen (vooral CDA en PvdA) verzwakt, wat leidt tot een flinke fragmentatie en verbrokkeling van het politieke landschap. Dat maakt een stemhulp zeer nuttig. Bij zogenaamde ‘tweede orde verkiezingen’ voor de gemeenteraad, Provinciale Staten en de Waterschappen hebben stemhulpen extra nut omdat burgers daar minder kennis hebben over de spelers in het politieke veld en de issues. Kiezers gaan daarom massaal op zoek naar politieke informatie vlak voor de verkiezingen (van de Pol en anderen 2018).

Hoewel de traditionele massa-mediale kanalen als TV, radio en kranten er nog steeds toe doen, speelt vooral het internet een steeds belangrijker rol in die informatievoorziening in verkiezingstijd. Eén van de meest aantrekkelijke karakteristieken van online informatie is dat het op de persoonlijke situatie kan worden toegesneden. Dat is ook de kracht van online stemhulpen: die laten burgers bij het bepalen van de partijkeuze hun eigen persoonlijke voorkeuren en overtuigingen vergelijken met partijstandpunten. Blijkbaar voorzien stemhulpen daarmee in een belangrijke behoefte van burgers: gezien de gebruikersaantallen zijn ze echt niet meer weg te denken in Nederland. Rond de 40 procent van kiesgerechtigden maakt gebruik van een stemhulp, waarvan Stemwijzer en Kieskompas de meeste bekendheid genieten. Ook zijn stemhulpen een belangrijk Nederlands exportproduct: zowel Stemwijzer als Kieskompas ontwikkelen stemhulpen voor een groot aantal verkiezingen in het buitenland.

Bereik van stemhulpen

Er is veel veranderd sinds de eerste stemhulp door Stemwijzer werd ontwikkeld in de 90er jaren (daarvoor waren er al papieren versies in omloop). In 1998 maakte al een kwart miljoen mensen van Stemwijzer gebruik, dat liep in 2003 al op tot 2.2 miljoen, in 2010 naar ruim 4.5 miljoen en in 2017 trok deze stemhulp 6.8 miljoen bezoekers. Bij verkiezingen voor de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Waterschappen zien we ook een enorme toename van het aantal gebruikers. Juist in deze ‘tweede-ordeverkiezingen’ hebben burgers informatie nodig, omdat burgers via de traditionele kanalen minder goed geïnformeerd worden over de lokale en Provinciale politiek dan over de landelijke politiek.

Naast de vraag hoeveel burgers worden bereikt, is het ook relevant om te zien wie er eigenlijk gebruik maakt van stemhulpen. Wetenschappelijke studies van Van de Pol en collega’s (2014/2018) tonen aan dat mannen vaker gebruik maken van stemhulpen dan vrouwen en dat bezoekers gemiddeld hoger opgeleid en meer politiek geïnteresseerd dan de gemiddelde burger. Hoewel een flink deel van de gebruikers (ongeveer 60 procent) al politiek geïnteresseerd en onderlegd is, laten Van de Pol en anderen (2014) ook zien dat veel twijfelende en zoekende kiezers een stemhulp invullen (ongeveer 30-40 procent van de gebruikers is een twijfelaar of een zoeker). Zeker als de verkiezingsdag dichterbij komt, neemt het gebruik onder politiek minder geïnteresseerde en twijfelende kiezers toe. Ook burgers met minder ‘politiek zelfvertrouwen’ bezoeken dan stemhulpen. Van de Pol (2016) en ander onderzoek toont aan dat het politiek zelfvertrouwen van minder geëngageerde kiezers wordt vergroot door het doorlopen van de stellingen en het interpreteren van de resultaten. Samengevat kun je zeggen dat stemhulpen politiek geïnteresseerde burgers de stemhulp vooral gebruiken om hun bestaande opvattingen nogmaals te checken, terwijl bij minder politiek geïnteresseerde kiezers juist sterkere leereffecten zijn over deelnemende partijen en hun standpunten. Bij deze laatste groep is ook sprake van toename van het politieke zelfvertrouwen. Al deze effecten zorgen ervoor dat stemhulpen opkomst verhogend werken. Maar er zijn meer effecten.   

Effecten van stemhulpgebruik op burgers

Recente studies (e.g. Ladner, Fivaz, en Pianzola 2012; Ruusuvirta en Rosema, 2009; Walgrave, Van Aelst, en Nuytemans 2008) hebben aanzienlijke effecten van stemhulpen aangetoond: met name de versterkende effecten op kiezers die al overwegen om op een bepaalde partij te gaan stemmen (Wall, Krouwel, en Vitiello, 2014) én op kiezers met relatief gezien een lager niveau in politieke kennis (Kleinnijenhuis et al. 2007).

Garzia (2010) wijst op drie belangrijke effecten die stemhulpen hebben op politieke participatie: (i) stemhulpen helpen gebruikers om toegang te krijgen tot belangrijke informatie en vergroten de neiging nóg meer informatie te gaan zoeken, (ii) stemhulpen verhogen de opkomst, en (iii) zij beïnvloeden stemintenties. Ten eerste kunnen stemhulpen het ‘informatie-zoekend gedrag’ van individuen stimuleren: i.e. het motiveren van gebruikers om meer informatie te verzamelen over de politiek en politieke partijen. Verschillende studies laten zien dat stemhulpen gebruikers stimuleren om zelf extra politieke informatie te zoeken én dat stemhulpen an sich al vrij informatief zijn over politiek (Ladner et al. 2010; Marschall en Schmidt 2010). Ten tweede kunnen stemhulpen mensen ook motiveren om te gaan stemmen, zelfs als ze deze intentie niet hadden voordat ze de stemhulp raadpleegden. Marschall en Schultze (2012: 361) vonden dat dit effect (het zgn. webbased media effect) niet alleen werkt bij reeds gemobiliseerde groepen, maar ook bij groepen uit a-politieke milieus. Dit onderstreept wederom het potentieel van stemhulpen om de politieke participatie te bevorderen. Ten slotte kunnen stemhulpen de stemintenties van individuen beïnvloeden: het helpen van kiezers om een keuze te maken tussen twee of meer kandidaten of partijen óf (minder vaak) het overtuigen van kiezers om hun politieke voorkeur/keuze te veranderen. De meeste bevindingen wijzen erop dat stemhulpen eerder keuzes bevestigen dan de eerste keuze te verstoren (Wall et al. 2012).

Het belangrijkste effect is echter dat gebruikers van stemhulpen aan het denken worden gezet. Stemhulpen zijn vooral bedoeld om gebruikers te informeren, niet om ze te overtuigen. Omdat kennis een van de belangrijkste voorspellers is voor de verkiezingsopkomst is het niet gek dat stemhulpen de opkomst bij de verkiezingen positief beïnvloeden. Sterker nog, een online stemhulp is één van de meest effectieve instrumenten om de opkomst te verhogen: terwijl traditionele manieren om kiezers te mobiliseren, zoals het verspreiden van folders en posters slechts een effect van 0,5 procent op de opkomst sorteert, genereert een stemhulp een opkomst-bevorderende effect van 2 tot maar liefst 13 procent – afhankelijk van de verkiezing (Boogers 2006; Kleinnijenhuis et al. 2007; Cedroni en Garzia 2010; Garzia en Marschall 2013). Kortom, naast belangrijke effecten op politieke kennis en interesse hebben stemhulpen een significant effect op de opkomst bij verkiezingen.

De kracht van stemhulpen is dat ze specifiek worden ontwikkeld bij iedere verkiezing en het uiteindelijke ‘advies’ ook nog eens op de individuele gebruiker is toegespitst. Elke invuller krijgt immers een persoonlijk, op maat gemaakt overzicht van de overeenstemming tussen de eigen opinies en de partijstandpunten van alle politieke partijen. De meeste stemhulpen bieden mogelijkheden om de uitslag nog verder te analyseren, door gebruikers te laten aangeven welke issues zij belangrijk vinden en welke niet of in mindere mate. Ook het feit dat persoonlijke opinies en overtuigingen worden vergeleken met alle deelnemende partijen is vaak confronterend en leidt tot nadenken. Onderzoek heeft aangetoond dat kiezers vooral meer te weten komen over de partijen in het politieke midden, waarvan de standpunten vaak wat complexer en minder duidelijk zijn. Ook laten stemhulpen kiezers over meer thema’s nadenken dan dat ze uit zichzelf doen bij het bepalen van hun partijkeuze. Stemhulpen leggen een breed scala aan belangrijke politieke onderwerpen voor aan gebruikers en vergelijken de eigen opinies met de programma’s van alle partijen, terwijl de partijvoorkeur van kiezers vaak is gebaseerd op een klein aantal specifieke thema’s. Gebruikers van een stemhulp denken dus na over meer thema’s dan ze zonder stemhulp zouden doen. Kiezers die een stemhulp gebruiken, zijn ook eerder geneigd meer informatie te gaan zoeken over de verkiezingen en partijstandpunten.

Tegenstanders van stemhulpen doen het voorkomen alsof gebruikers klakkeloos het advies overnemen, maar dat is niet zo. Slechts een zeer klein percentage gebruikers zegt het advies direct te volgen. Het is veelal eerder zo dat de informatie van de stemhulp aanvullend is op de reeds aanwezige kennis en partijvoorkeur. Het Nederlandse onderzoeks- en peilingsbureau TNS/NIPO analyseerde de impact van Kieskompas en Stemwijzer en constateerde dat de bezoekers beide stemhulpen informatief vonden, omdat het hen over politieke kwesties en politieke instituten liet nadenken (22% van Kieskompas-gebruikers en 16% van Stemwijzer-gebruikers zegt meer te weten na het gebruik van de stemhulp). Bovendien geeft slechts een gering percentage van gebruikers aan dat ze geen enkel belang hechten aan het resultaat van de stemhulp (19% van Kieskompas-gebruikers en 28% van Stemwijzer-gebruikers). Kortom, de meeste bezoekers vinden stemhulpen en het ‘stemadvies’ nuttig en leren zo meer over het politieke systeem, de ideologie van partijen en de posities van individuele kandidaten. Dit TNS/NIPO-onderzoek laat dus zien dat stemhulp-gebruikers aan het denken worden gezet, vooral door de plaatsing van kiezers in het politieke landschap. Tegelijkertijd wordt dat politieke landschap van Kieskompas – met twee politieke issue-dimensies - ingewikkelder gevonden dan het uni-dimensionele advies van Stemwijzer (een rangorde van overeenkomst). Kiezers die beide stemhulpen invullen en een verschillend ‘advies’ krijgen, reageren vaak verbaasd. Maar al die verwondering en twijfel draagt bij aan het nadenken en het debat over waar partijen voor staan en waarom de invuller er inhoudelijk dichter bij staat of verder van af.

Hoewel maar weinig mensen het advies klakkeloos overnemen, hebben stemhulpen wel een directe invloed op de uiteindelijke partijkeuze. Onderzoek van politicologen Ruusuvirta en Rosema toont aan dat de meerderheid van twijfelende kiezers uiteindelijk heeft gestemd op de door Stemwijzer of Kieskompas geadviseerde partij. Natuurlijk zijn er kiezers die al een besluit hadden genomen, maar na het gebruik van een stemhulp hun partijkeuze aanpasten. Van die groep koos de helft voor de door de stemhulp geadviseerde partij. Vooral zwevende kiezers worden sterk beïnvloed door het raadplegen van een stemhulp. Bij ongeveer de helft van deze twijfelaars heeft het advies invloed op de uiteindelijke partijkeuze. De aard van het advies speelt daarbij een rol: een stemadvies voor een partij waar de kiezer geen enkele affiniteit mee heeft wordt meestal terzijde gelegd, maar als het advies enigszins aansluit bij bestaande voorkeuren wordt het vaak opgevolgd. De uitslag van een stemhulp heeft dus meer effect als de gebruiker toch al overwoog op die partij te stemmen. Stemhulpen werken meer bevestigend op de partijvoorkeur dan ontwrichtend, maar de informatie in ene stemhulp over partijstandpunten kan kiezers doen besluiten toch een andere partij te stemmen dan ze oorspronkelijk voor ogen hadden.

Dit ‘conversie-effect’ is tamelijk complex. De mate waarin het ‘stemadvies’ volgens de verwachting is van de gebruiker heeft een interessant effect op het uiteindelijke stemgedrag. Zo vonden (Wall et al. 2012) dat incongruente aanbevelingen vaak worden genegeerd door gebruikers. Kortom, als kiezers een partij aanbevolen krijgen die ze totaal niet overwegen, negeren ze dat ‘advies’. Maar verbazing leidt soms ook tot heroverweging: wanneer gebruikers verbaasd waren door het stemadvies zien we dat dat de kans op het veranderen van de oorspronkelijke partijkeuze significant toeneemt (Ladner et al. 2012). Stemhulpen hebben dus niet op alle kiezers dezelfde impact, maar de effecten verschillen aanzienlijk afhankelijk van de sterkte van de partijvoorkeuren van kiezers voor het invullen van de stemhulp en de mate waarin het advies tegen die verwachting ingaat.

Stemhulpen hebben ook niet in elke verkiezing hetzelfde effect. In hun onderzoek naar de gevolgen van de inzet van een stemhulp op het (lokale of regionale) partijstelsel toonden Jan Kleinnijenhuis en anderen recent aan dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten met een meer homogene bevolkingssamenstelling en geringe mate van sociale en politieke polarisatie en gemeenten waar de scheidslijnen in de samenleving scherper en dieper zijn. Stemhulpen blijken een verschillend effect te hebben op de electorale volatiliteit (het percentage zetels dat wisselt van de ene naar de andere partij) en op de fragmentatie (het – naar zetelaantal gewone- politieke partijen), afhankelijk van de sociale structuur van de bevolking. Kleinnijenhuis en zijn collega’s onderscheidden gemeenten op basis van een arm-rijk dimensie, waarin economische indicatoren en leeftijdsopbouw een rol spelen en een culturele dimensie, waarin bevolkingsdichtheid, criminaliteit en etnische pluriformiteit samenkomen. De inzet van een stemhulp – in combinatie met de effecten van nieuwe sociale media – vergroot de volatiliteit en de fragmentatie in gemeentes die uitgaande van hun structurele kenmerken niet al te gevoelig zijn voor volatiliteit en fragmentatie, maar dempt de electorale verschuivingen en versnippering in gemeenten die al diep verdeeld zijn en grote sociale, economische en culturele verschillen kennen. 

Effecten van stemhulpen op politieke partijen

In Nederland werken bijna alle politieke partijen in goede harmonie mee aan de ontwikkeling van stemhulpen uit welbegrepen eigenbelang. Het grote gebruik en de veelal positieve effecten maakt dat alle politieke partijen deel willen uitmaken van het constructieproces van een stemhulp. Het is essentieel om politieke partijen te betrekken bij de ontwikkeling van stemhulpen, maar er tegelijkertijd voor te zorgen dat deze geen instrumenten van kiezersmanipulatie worden. Het is daarom van belang dat er totale transparantie is over de gebruikte methoden, over wie de stemhulp maakt en in welke mate partijen invloed hebben gehad op de stellingen de plaatsingen.

Een cruciaal aspect in de ontwikkeling van stemhulpen is de mate waarin partijen invloed hebben op hun positionering op ieder issue. Stemwijzer laat het finale oordeel over aan ‘gezaghebbende’ personen binnen de politieke partijen. De onderbouwingen voor de plaatsingen mogen partijen zelf aanleveren en hoeven geen directe fragmenten uit het partijprogramma of uit andere officiële partijdocumenten te zijn. De politicoloog van Praag toonde in 2004 aan dat CDA-campagneleider Jack de Vries hier handig gebruik van maakte door het CDA in 2003 op alle stellingen zo te plaatsen dat een gunstige uitslag zou volgen. Het ontbreken van een controle voor de ijking kan ertoe leiden dat partijen stemhulpen om electoraal-tactische redenen misbruiken. Deze controverse was een belangrijke reden voor het ontstaan van Kieskompas, waarin een alternatieve methode van ijking van politieke partijen op issues werd ontwikkeld. De zelfplaatsing van politieke partijen gebeurt daarin op basis van het partijprogramma, de website en andere formele documenten en een team van wetenschappers plaatst alle partijen eveneens. Beide plaatsingen worden vergeleken en discrepanties voorgelegd aan de partijen met een verzoek om verduidelijking of correctie. Al de teksten die de plaatsing onderbouwen worden ook opgenomen in de stemhulp met een directe link naar de bron. Zo kan iedere gebruiker zelf controleren of de partijplaatsing klopt en welke argumenten partijen gebruiken voor die positionering. Deze methode is overgenomen door alle serieuze stemhulpen.

De interactie met politieke partijen over de plaatsing heeft wel een aantal effecten op de partijen zelf. Zo ontstaat er voor de campagneteams van partijen een flinke tijdsbelasting, omdat zij vaak gedetailleerde informatie moeten leveren over partijposities op een groot aantal issues. Bij gemeenteraads- Provinciale Staten en Waterschapsverkiezingen zie je soms dat vooral kleinere partijen met weinig actieve leden moeite hebben om de tijd vrij te maken om al dat materiaal aan te leveren.

Een ander effect is het gevoel bij partijen van het ‘verlies van controle’. Stemhulp-ontwikkelaars ‘dwingen’ partijen standpunten in te nemen op issues die zij niet zelf hebben gekozen en lang niet altijd relevant worden gevonden, of zelfs potentieel electoraal schadelijk zijn voor een specifieke partij. Maar stemhulpen pogen een gelijk speelveld te creëren. Vanuit het prisma van een stemhulp wordt een verkiezing gezien als een vergelijking van alle politieke partijen op dezelfde issues, terwijl het in campagnes juist niet ongebruikelijk is dat politieke partijen ‘langs elkaar heen praten’ en alleen de issues benadrukken die kiezers positief met hen associëren.

De kwaliteit van het ‘stemadvies’

De vorm van het ‘stemadvies’ maakt ook uit. Er zijn eigenlijk twee typen adviezen in stemhulpen: een rangorde met percentages overeenkomst en een uitslag waarbij de ‘ideologische’ afstand wordt gegeven ten opzichte van alle partijen. De eerste – de ‘Stemwijzer-methode’ telt simpelweg het aantal keren dat een gebruiker en een partij hetzelfde antwoord geven met eens/geen van beide/oneens als antwoord categorieën (gebruikers kunnen stellingen wel dubbel tellen); het resultaat is daarmee een rangorde van partijen in percentages overeenkomst. De ‘Kieskompas-methode’ plaatst kiezers en partijen in een politiek landschap met de belangrijkste economische en culturele politieke scheidslijnen (links-rechts en progressief-conservatief) en vraagt politieke partijen en gebruikers in welke mate ze het eens zijn op een zogenaamde vijfpuntschaal van “helemaal niet mee eens” tot “helemaal mee eens”.  Dit laat meer ruimte voor interpretatie (en twijfel). Bij zowel Kieskompas als Stemwijzer kunnen gebruikers vervolgens op verschillende wijzen hun eigen positie vergelijken met die van de partijen op díe onderwerpen die voor hen van doorslaggevend belang zijn.

Kieskompas opteerde voor deze vijfpuntschaal omdat econoom Loek Groot in 2003 aantoonde dat met het gebruik van een beperkter aantal antwoordcategorieën geen goed onderscheid kan worden gemaakt tussen partijen die dicht bij elkaar staan, vooral tussen de gematigde partijen in het politieke centrum. Door kiezers en partijen de mogelijkheid te geven om meer nuance in hun antwoorden te leggen, kan beter onderscheid worden gemaakt tussen partijen die aan dezelfde kant van het issue staan, maar wel degelijk verschillen in hun politieke stellingname. Die verschillende methoden kunnen dus makkelijk leiden tot een verschillend advies bij een kiezer die beide stemhulpen gebruikt. Dat kan negatief zijn als kiezers dan opgeven, maar als kiezers bij twijfel op zoek gaan naar meer informatie of juist het debat zoeken door de ‘tegenstrijdige’ uitslag op sociale media te plaatsen dan zorgt een tegenstrijdige uitslag juist voor meer elaboratie. Uiteindelijk is dat wat de stemhulpbouwer ook wil: dat burgers gaan nadenken en discussiëren over de politiek.

Een zeer kritisch punt bij het maken van een stemhulp is dat er geen objectieve methode bestaat om vast te stellen wat de belangrijkste thema’s zijn in een verkiezing: elke selectie is noodzakelijkerwijs arbitrair. Immers, partijen praten in een campagne het liefst over de issues waarmee zij sterk (en positief) worden geassocieerd en dus bevoordeelt elke keuze van issues en de manier waarop een stelling wordt geformuleerd bepaalde partijen, en worden andere benadeeld. Het is dus van belang hiermee rekening te houden bij het selecteren van de onderwerpen en de precieze formulering. Immers, uit onderzoek van de Vlaamse politicoloog Walgrave blijkt dat selectie van onderwerpen die worden opgenomen en de precieze formulering van de stellingvragen een effect hebben op de uitslag van een stemhulp. Een veel voorkomend misverstand over stemhulpen is dat deze een overzicht geven van de relevante issues in een verkiezing, terwijl zij in feite een overzicht geven van die relevante issues waarop (veel) politieke partijen van elkaar van mening verschillen.

Alle serieuze stemhulpen in Nederland ontwikkelen dan ook de stellingen in een intensieve en vaak directe dialoog met de deelnemende politieke partijen. Bij gemeenteraads-, Provinciale Staten en Waterschap-verkiezingen gebeurt dat door Stemwijzer en Kieskompas in een interactieve sessie met alle deelnemende partijen die twee of meer leden mogen afvaardigen om issues in te brengen die de partij belangrijk vindt. Partijen wordt vooraf aan die stelling-bijeenkomsten ook gevraagd informatie aan te leveren (het verkiezingsprogramma en een lijst van belangrijke issues) om het debat over de stellingen goed inhoudelijk vorm te geven.

Vanzelfsprekend leiden dergelijke sessies met politieke partijen tot lange lijsten van issues, waarna een selectie moet worden gemaakt. Stemhulpen verschillen sterk in de wijze waarop de issues worden geselecteerd die in de stemhulp worden opgenomen. Stemwijzer laat gezaghebbende personen binnen de politieke partijen zelf aangeven of zij het ‘eens of ‘oneens’ zijn op een vijftigtal stellingen, waarna zij de meest onderscheidende stellingen kiezen (op basis van de zogenaamde City-block procedure). Kieskompas heeft een methode waarbij eveneens een groslijst van issues en stellingen wordt ontwikkeld met de partijen, maar waar er dan vervolgens een tweede sessie is met alle politieke partijen waarin gezamenlijk de stellingen worden geselecteerd. Stellingen worden dan zo geformuleerd dat zij tot de kern van een belangrijk en omstreden vraagstuk doordringen. Ook wordt gekeken naar een goede spreiding over verschillende beleidsterreinen en thema’s (economie, milieu, zorg, et cetera) zodat alle competenties van een bestuurslaag aan bod komen. Hoewel Stemwijzer en Kieskompas politieke partijen vanaf het begin af aan zorgvuldig betrekken bij de ontwikkeling van een stemhulp, hebben partijen soms toch het gevoel de controle verliezen over de inhoud. Het hele ontwikkelingsproces vergt van politieke partijen, griffies en stemhulpbouwers een enorme inzet, maar er is geen enkele campagne-activiteit die zo veel bereik heeft als een stemhulp.

Conclusie

Het enorme bereik en de veelal positieve effecten van stemhulpen bij verkiezingen hebben het instrument tot een onmisbaar element gemaakt van een moderne verkiezingscampagne. Kiezers maken massaal gebruik van stemhulpen om zich te informeren over partijstandpunten – vooral bij ‘tweede orde’ verkiezingen op lokaal en regionaal niveau - en hechten waarde aan de uitslag. De vergelijking van de eigen opinies met alle politieke partijen op een groot aantal issues zorgt ook voor een aanzienlijk leereffect en een vergroting van het politieke zelfvertrouwen. Ook gaan veel stemhulp-gebruikers op zoek naar meer politieke informatie na het invullen. Wel heeft onderzoek laten zien dat sommige kiezers verbaasd zijn over de uitslag, en daardoor gaan twijfelen aan een reeds gemaakt partijkeuze. Dat leidt niet zelden tot een verandering van de stemintentie, maar altijd binnen een set van partijen die met al overwoog. Als een stemhulp een partij ‘adviseert’ die voor het gevoel van de kiezer totaal niet bij hem of haar past wordt het advies gewoon genegeerd. Maar het nadenken stopt dan niet.

De grote kracht van stemhulpen is dat zij de verkiezingen heel persoonlijk maken: iedere kiezer krijgt een persoonlijk ‘advies’ met een op de gebruiker toegesneden vergelijking van de eigen politieke overtuigingen met de (formele) standpunten van politieke partijen. Zowel bij politici als kiezers bestaat soms de misvatting dat een stemhulpen ‘niet klopt’ als een andere partij dan de vooringenomen keuze wordt aanbevolen. Maar stemhulpen moeten kiezers aan het denken zetten, het liefst over meer issues dan voorheen en juist die verwondering draagt daaraan bij. Onderzoek naar stemhulpen heeft laten zien dat veel kiezers redelijk open staan voor nieuwe informatie in de laatste weken of vooral dagen voorafgaand aan de verkiezing. Veel kiezers twijfelen, maar dat betekent ook dat zij daadwerkelijk kiezen. Informatie uit een stemhulp maakt die keuze niet altijd makkelijker, maar kan wel zorgen voor een weloverwogen en gefundeerde keuze op basis van inhoudelijke overeenstemming met een politieke partij.

Politieke partijen staan soms wantrouwend tegenover stemhulpen, omdat zij het gevoel hebben – of in ieder geval de angst – dat zij de controle over de inhoud van de campagne uit handen geven. Maar stemhulpen zijn een aanvulling op traditionele campagneactiviteiten, niet een totale vervanging.

Stemhulpen hebben gunstige effecten op de democratie. Niet alleen omdat kiezers beter geïnformeerd de gang naar de stembus maken, maar ook omdat makers van stemhulpen de partijprogramma’s zeer nauwkeurig en kritisch lezen, de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen partijen identificeren en bloot leggen waar partijen (opzettelijk) onduidelijk zijn. Stemhulpen verschaffen kiezers duidelijkheid over waar partijen voor staan door de interactie met die partijen over partijstandpunten. Zo worden politici zich bewust hoe van buitenaf naar (de coherentie van) hun standpunten wordt aangekeken. Niet alleen kiezers, maar ook politici wordt een spiegel voorgehouden. Soms zal deze beeltenis in de spiegel tegenvallen, maar dat betekent niet direct dat het een vals beeld is. Stemhulpen dragen duidelijk bij aan een verdieping van het democratisch debat.


Referenties

Boogers, M. (2006). Enquête bezoekers Stemwijzer. Universiteit van Tilburg.

Cedroni, L., and Garzia, D. (2010). Voting advice applications in Europe. The State of the Art. Napoli: ScriptaWeb.

Garzia, D. and  Marschall, S. (Eds.), (2014) Matching Voters with Parties and Candidates: Voting Advice Applications in a Comparative Perspective, ECPR Press, Colchester

Holleman, B., Kamoen, N., Krouwel, A., van de Pol, J. and De Vreese, C. (2016). Positive vs. Negative: The Impact of Question Polarity in Voting Advice Applications. Plos One. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0164184

Kamoen, N., Holleman, B., Krouwel, A., Van de Pol, J., and De Vreese, C. (2015). The effect of voting advice applications on political knowledge and vote choice. Irish Political Studies, 30(4), 595-618.

Kleinnijenhuis, J., Scholten, O., Van Atteveldt, W., Van Hoof, A. M. J., Krouwel, A., Oegema, D., De Ridder, J. A., Ruigrok, N., and Takens, J. (2007a). Nederland vijfstromenland: De rol van media en stemwijzers bij de verkiezingen van 2006. Bert Bakker, Amsterdam.

Ladner, A., Felder, G. and Fivaz, J. (2010). More than toys? A first assessment of voting advice applications in Switzerland, in Cedroni, L. and Garzia, D. (Eds): Voting Advice Applications in Europe. The State of the Art, ScriptaWeb, Napoli, pp. 91–123.

Ladner, A., Fivaz, J., and Pianzola, J. (2012). Voting advice applications and party choice: evidence from smartvote users in Switzerland. International Journal of Electronic Governance, 5(3-4), 367-387.

Marschall, S., and Schultze, M. (2012). Voting Advice Applications and their effect on voter turnout: the case of the German Wahl–O–Mat. International Journal of Electronic Governance, 5(3-4), 349-366.

Mykkänen, J. and Moring T. (2006). Dealigned Politics Comes of Age? The Effects of Online Candidate Selectors on Finnish Voters, Paper Presented at the Conference of Politics on the Internet: New Forms of Media for Political Action, 24–25 November, Tampere, Finland.

Ruusuvirta, O., and Rosema, M. (2009). Do online vote selectors influence electoral participation and the direction of the vote. ECPR general conference, 10-12 September, Potsdam, Germany.

Van de Pol, J. (2016). Voting wiser: The effect of Voting Advice Applications on political understanding (dissertatie). Beschikbaar via http://hdl.handle.net/11245.1/dd560adb-ff73-4c0d-b7e8-d680107409b5

Van de Pol, J., Holleman, B., Kamoen, N., Krouwel, A., and De Vreese, C. (2014). Beyond young, highly educated males: a typology of VAA users. Journal of Information Technology & Politics, 11(4), 397-411.

van de Pol, J., Kamoen, N., Krouwel, A., de Vreese, C., and Holleman, B. (2018). Same but different: A typology of Voting Advice Application users in first-and second-order elections. Acta Politica, 1-20.

Walgrave, S., Van Aelst, P., & Nuytemans, M. (2008). ‘Do the vote test’: the electoral effects of a popular vote advice application at the 2004 Belgian elections. Acta Politica, 43(1), 50-70.

Wall, M., Krouwel, A., and Vitiello, T. (2014). Do voters follow the recommendations of voter advice application websites? A study of the effects of kieskompas. nl on its users’ vote choices in the 2010 Dutch legislative elections. Party Politics, 20(3), 416-428.

Wall, Matthew, André Krouwel and Jan Kleinnjenhuis (2012). Political Matchmakers – How do the decision rules Employed by Vote Advice Application Sites Influence Their Advice?, ELECDEM Conference, 28-30 June, Florence, Italy.

Westle, B., Begemann, C., & Rütter, A. (2015). The “Wahl-O-Mat” in the course of the German Federal Election 2013–Effects of a German VAA on users’ election-relevant political knowledge. ZPol Zeitschrift für Politikwissenschaft, 24(4), 389-426.